Ratten rukken op en veroorzaken schade aan melkapparatuur

De winter staat weer voor de deur en dat betekent dat ook ratten en muizen graag de melkveestal opzoeken. Vooral de zwarte rat rukt steeds meer op. Ratten worden aangelokt door voedsel, warmte en beschutting. Deze ongenode gasten kunnen flinke schade veroorzaken. De knaagdieren saboteren melkwinningsapparatuur, vervuilen voer en drinkwater met hun uitwerpselen en kunnen zelfs Salmonella typhimurium verspreiden. Daarnaast is een fikse rattenplaag in de stal een bron van stress voor de koeien.

“In de winter komen we bijna elke week wel een geval tegen van schade door ratten en muizen”, zegt Ronald Bosma, directeur van Bosma Melktechniek uit St. Nicolaasga. Een recent geval staat de Fries nog helder voor de geest. “Dat was een carrouselmelkstal, een buitenmelker. In het midden van de betonplaat komen alle kabels bij elkaar in een centrale kolom. Onder het beton konden ratten en muizen heerlijk schuilen. Werkelijk álle kabels waren aangevreten.”

 

Kabels met visolie

De bekabeling van melkstallen en voercomputers zijn aanlokkelijk knaagmateriaal voor ratten en muizen. De tanden van knaagdieren groeien altijd door. Om te voorkomen dat ze te lang worden, móeten ze wel knagen. En in de rubber coating van kabeltjes is vaak visolie verwerkt. Dat zorgt ervoor dat het rubber soepel blijft en dat de kabels ook bij lage temperaturen flexibel blijven. Die visolie-geur is heel aanlokkelijk voor ratten en muizen, te meer daar de elektronica de kabel nog een beetje verwarmt ook. En als die kabeltjes dan ook nog mooi en veilig zijn opgeborgen in een afgesloten kabelgoot (onder de putrand bijvoorbeeld) dan is dat helemaal ideaal voor de plaagdieren. “Dan kunnen we de muizen er met een punttangetje uit trekken”, schetst Ronald Bosma. “Daarom wordt er in nieuwe stallen steeds vaker gebruik gemaakt van draadgoten; kabelgoten van gaas. Die zijn meer open en daardoor minder aantrekkelijk voor muizen en ratten.”

 

Wekelijks schadegevallen

Gerjo ten Arve van het Lely Center in Zelhem schetst een vergelijkbaar beeld. De servicedienst voor Lely (melk)robots komt in de Achterhoek vrijwel wekelijks schadegevallen tegen als gevolg van knagerij. “Zeker in de winter”, zegt Gerjo. “In de melkrobot heb je voer en warmte bij elkaar, en als het buiten kouder wordt, is dat heel aantrekkelijk.” Muizen kunnen zelfs nog meer schade aanrichten dan ratten, zegt hij. “Ze zijn kleiner, ze kunnen door kleinere gaatjes, en ze zijn vaak nog met meer ook.”

 

Dure grap

Behalve de financiële schade door de knagerij – reparatiekosten aan de melkrobot variëren van een paar honderd euro tot 1.500 of 2.000 euro  – heb je bij melkrobots bovendien nog de indirecte schade als gevolg van stilstand van het automatisch melksysteem, stelt Bosma. Ook in ligboxenstallen en melkstallen kan de knaagdierschade volgens Bosma variëren van een paar euro voor het vervangen van een simpel kabeltje, tot kortsluiting in de besturing van de voercomputer. Het vervangen van een kapotte printplaat is een dure grap. “En zo'n schadegeval als in de carrouselmelkstal kost gauw een paar duizend euro, omdat alle kabels onder de betonplaat vervangen moesten worden.”

 

Preventie serieus nemen

Voorkomen is daarom beter dan genezen, adviseren beide servicebedrijven. De stal goed schoonhouden, voerresten en melkresten opruimen en wegvegen, het helpt allemaal. Ten Arve: “Als je de boel regelmatig schoonmaakt, zie je het ook bijtijds als er weer verse keutels liggen. Wij adviseren boeren sterk om knaagdierpreventie serieus te nemen.”

Hoewel ratten en muizen ook in rundveestallen kortsluiting kunnen veroorzaken, zijn ze in die sector zelden tot nooit verantwoordelijk voor stalbranden. “Bij ons in de regio heb ik de laatste 15 jaar geen stalbrand door knagerij gezien”, zegt Bosma. Adri Witlox van verzekeraar Interpolis Achmea bevestigt dat. In tegenstelling tot de intensieve veehouderij komen stalbranden door knaagdieren in de melkveehouderij zelden tot nooit voor, zegt hij.

 

Salmonella-besmetting

Daarentegen kunnen ratten en muizen wel actief dierziekten verspreiden, te weten leptospirose, koepokken en Salmonella typhimurium. De eerste twee dierziekten spelen vandaag de dag niet of nauwelijks nog een rol. Maar het risico op insleep van Salmonella typhimurium – letterlijk: de tyfus van knaagdieren – is nog steeds aanwezig. Met salmonella besmette ratten scheiden die bacterie uit via de ontlasting. Als ze op het koeienvoer poepen, kunnen ze de besmetting actief verspreiden onder de koeien. Dat kan leiden tot salmonella-besmetting in de melk.

Bij FrieslandCampina is er nog nooit een tankwagen melk om die reden afgekeurd. Ondanks dat heeft de zuivelcoöperatie in haar basiseisen duidelijke richtlijnen opgenomen over de bestrijding van ongedierte op het erf. “Ratten zijn ongewenst op de boerderij. Ongedierte hoort niet thuis op een plek waar voedsel wordt geproduceerd”, zegt woordvoerder Jan-Willem ter Avest. “Gelukkig zijn boeren zich daarvan goed bewust, en ondernemen ze daar ook actie op.”

 

Onsmakelijk voer en onrust

Volgens de GD (Gezondheidsdienst voor dieren) brengt de aankoop van besmet vee nog altijd het grootste risico met zich mee op salmonella-insleep. Daarmee vergeleken spelen ratten en muizen een ondergeschikte rol. “Maar het risico is niet nul”, waarschuwt rundvee-dierenarts Linda van Wuijckhuise. Zij wijst daarnaast op een ander aspect: “Als je veel ratten en muizen in de stal hebt, krijg je ook keutels en urine in het voer en het water. Voer wordt minder smakelijk, koeien eten en drinken minder en dus produceren ze minder melk.”

Daarnaast kunnen grote aantallen ratten en muizen 's nachts voor flinke onrust zorgen onder de koeien. En stress is uiteraard nooit bevorderlijk voor het dierenwelzijn en de productie. “Die factoren wegen misschien wel zwaarder dan het risico op ziekte-insleep.”

 


Toename zwarte rat

Knaagdierpreventie en – bestrijding wordt steeds belangrijker, te meer daar er tekenen zijn die wijzen op een toename van de rattenpopulatie. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) ziet het aantal humane gevallen van de door ratten verspreide ziekte van Weil (leptospirose) toenemen. Vóór 2014 waren er in Nederland tussen de 10 en 20 gevallen per jaar; vanaf 2014 is dat opgelopen naar circa 60 gevallen per jaar, aldus Miriam Maas van het RIVM. Ze kan niet zeggen of die toename 1-op-1 verband houdt met de groei van de rattenpopulatie. De monitoring daarvan is pas in 2014 begonnen, terwijl het aantal gevallen van Weil juist van 2013 op 2014 sterk is gestegen, aldus Maas.

Plaagdierbestrijder Franc Telkamp van FD Plaagdierpreventie uit Eindhoven signaleert wel een sterke groei van de rattenpopulatie. “Hier in het zuiden gaat het vooral om de zwarte rat”, geeft hij aan. “Die veroorzaakte eerst vooral problemen op varkens- en pluimveebedrijven, maar tegenwoordig zien we ze ook steeds vaker op rundveebedrijven. Onder de grote rivieren vormen zwarte ratten op een aantal plekken echt een groot probleem.”

Bij een fikse rattenplaag mag rattengif worden ingezet. Maar ratten worden in toenemende mate resistent tegen rodenticiden: volgens informatie van het CTGB (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) is inmiddels 25 procent van de rattenpopulatie resistent. Dat maakt een effectieve rattenbestrijding steeds lastiger.